Geschiedenis St. Stephanus

Voordat er sprake was van een eigen kerkgebouw, hielden de rooms-katholieken van Bornerbroek hun diensten in huiskapellen en schuilkerken, waarvan de bekendste die op de Erve 'Groot-Wierke' was.

Bornerbroek was een deel van de marke Zenderen. De stichting van de oudste boerderijen te Bornerbroek wordt geschat op rond het jaar 1000 of wat eerder. Officieel werd Bornerbroek het eerst genoemd op 6 januari 1297 en vermeld als 'Bi den Broke', welke naam het tot aan 1600 zou houden.

De eerste pastoor die hier in het jaar 1799 werd benoemd, was pastoor Johannes Henricus te Winkel, geboren te Tubbergen. Hij was kapelaan in Borne. Door hem wordt een begin gemaakt met de stichting van een eerste eigen kerkgebouw.

Onwillekeurig komt hier het dorpsverhaal naar boven, dat vertelt, dat toen de kerk gebouwd moest worden, de bouwvakkers met de lading stenen zijn blijven steken, op het punt waar nu nog de kerk staat. Zeker is, dat het een moeilijk begin was en dat in 1803 de parochiekerk werd opengesteld.

De vorm van dit eerste gebouw is niet bekend. Wel is er aan die kerk regelmatig verbouwd: in 1834 wordt de kerk verbeterd;
in 1857 vergroot, en in 1868 wordt er een priesterkoor aangebouwd door de architect G. te Riele.

De verbetering aan de kerk in 1834 is bekend. De kerk is toen in de zogenoemde 'Waterstaatsstijl' verbouwd: een brede voorgevel met een iets vooruitspringende middenpartij, van boven afgewerkt met een brede lijst en bekroond met een toren met een achthoekige lantaarn, waarop een ingesnoerde naaldspits.

In 1919 krijgt de nationaal bekende architect Alexander Jacobus Kropholler de opdracht, de kerk opnieuw te verbouwen. Kropholler laat het schip van de Waterstaatskerk staan en plaatst er een andere gevel voor, bouwt er een nieuwe koorafsluiting aan en verhoogt het dak.

Kropholler bouwt in de Traditionele Stijl, welke aansluiting zoekt bij de bouwvormen uit de Gouden Eeuw, waarbij baksteen en natuursteen wezenlijke elementen zijn. Een hoogdenk, welke doet denken aan een tent, symboliseert de bescherming van het gelovige volk in een weerbarstige wereld. De zware steunberen, die als het ware tegen de kerk aanleunen, bevestigen deze denktrant.

In de oorkonde bij de eerste steenlegging van de verbouwing van onze huidige kerk lezen we het volgende:

'In de naam des Vaders en des Zoons en des H.Geestes, in de naam der H.Maagd Maria en der H.Stephanus, 1ste Martelaar, aan wien deze kerk is toegewijd. In het jaar onzes Heeren 1919, op den feestdag van den H. Eduardus Belijder, den dertienden van Wijnmaand, onder het Pontificaat van Z.H. Paus Benedictus XV, onder het Episcopaat van Z.D.H.H. van de Wetering, Aartsbisschop van Utrecht; onder de regeering van Wilhelmina, Koningin der Nederlanden, onder het Dekenaat van Johannes Hendrikus Scholten, Deken van Oldenzaal, onder het Pastoraat van Anthonius Josephus Longinus Osse, Pastoor te Bornerbroek en het Vicariaat van Anthonius Theodorus Johannes Naber, Kapelaan; terwijl als kerkmeesters werkten Gerhardus Mentink, Gerhardus Wissink, Johannes Semmekrot en Johannes Dood. Architect was A.J. Kropholler te Scheveningen, Opzichter G.L.A. Brouwer te Scheveningen en Aannemer G. Ribberink te Hengelo [O], is deze eerste steen gelegd in tegenwoordigheid van een talrijke schare geestelijken en parochianen, door mij Pastoor, krachtens Bisschoppelijken volmacht, tot meerdere eer en glorie aan God, geplaatst.'

In het overlijdensbericht van pastoor H.A.J.L. Osse, uit de Twentsche Courant van 30 juli 1927, kunnen we lezen hoe belangrijk deze pastoor voor Bornerbroek is geweest:

'Dinsdagmiddag overleed, na voorzien te zijn van de H.H. Sacramenten der Stervenden in het R.K. Ziekenhuis te Delden, onze Zeer Eerwaarde en zeer geliefde Herder en Vader Pastoor H.A.J.L. Osse. Zijn Eerwaarde werd te Weerselo geboren den 15 Maart 1874 en werd op den jeugdigen leeftijd van 23 jaren na bekomen pauselijke dispensatie, priester gewijd. Achtereenvolgens werd Z.Eerw. benoemd tot assistent te Haarle 1879, tot Kapelaan te Albergen 1899, tot Kapelaan te Hilversum 1900. Na en langdurig ziekteverlof werd hij benoemd tot Rector van het Jongenspensionaat te Zevenaar en na een herhaald ziekteverlof tot Rector der Benedictinessen te Oldenzaal. Na nog Kapelaan te zijn geweest te Sneek en de laatste 3 jaren te Veendam, werd hij in 1912 benoemd tot pastoor te Bornerbroek. Veel heeft Bornerbroek aan Hem te danken. Bij zijn komst leefde er een over 't algemeen armoedige bevolking. Allereerst richtte hij op de Boerenleenbank, waardoor de boeren onafhankelijk werden van geldschieters en woekeraars, daarna de Boterfabriek, de brandassurantie en de Boerenbond. In 1915 werd het Patronaatsgebouw gebouwd, in 1921 de door hem gebouwde Kerk ingewijd en in hetzelfde jaar de R.K. School. Nog het vorig jaar verrijkte Hij de Kerk met een kostbaar orgel en wist hij de Parochie, door een goed geslaagde verloting, aan een prachtgebouw van een Klooster te helpen. Jammer dat hij de opening hiervan en de komst van de Zusters niet heeft mogen beleven. Zijn kort maar hevig lijden werd hierdoor nog vermeerderd. Hij was Adviseur der Boterfabriek, van den A.B.T.B. te Bornerbroek en van den kring Overijssel. Hij was Voorzitter der Commissie voor het landbouwonderwijs in Overijssel en heeft als zoodanig een groot aandeel gehad in de stichting der landbouwwinterschool te Raalte en de landbouwhuishoudschool te Denekamp. Hare Majesteit beloonde Hem om zijn verdiensten met de benoeming in 1925 tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. En deze riddersporen had hij met eere verdiend.'

In de kerk vallen onmiddellijk de muurschilderingen op de triomfboog op. Het stelt de Triomf van het Lam Gods voor en is geschilderd in symbolistische trant. Tot op heden is de maker ervan niet met zekerheid bekend, maar zou moeten worden gezocht in de school van J.A. der Kinderen (Dick Nijland?). Op het glas in loodramen zijn beelden van Marcus, Johannes, Agnes en Stephanus (aan de rechterzijde) en Mattheus, Lucas, Anna en Willibrord aan de linkerzijde afgebeeld. In de Theresiakapel is Maria Magdelena afgebeeld en in de doopkapel Henricus. Verder zijn er de beelden van het Heilig Hart van Maria, Theresia, Antonius Abt, Antonius van Paduo, St. Jozef met kind Jezus en Stephanus Het orgel is van Vermeulen in Alkmaar, bouwjaar 1980.

Sinds 11-04-1997 is de kerk in Bornerbroek opgenomen in het register van de Monumentenwet 1988. Als afweging gaat het om de volgende waardering. De zaalkerk is van cultuur-, architectuurhistorisch en stedebouwkundig belang:

  • als exponent van de bouwexplosie van katholieke kerken en pastorieën na het herstel van de Bisschoppelijke hiërarchie in 1853, die vooral in Twente decennia lang merkbaar was
  • vanwege de Delftse school architectuur
  • als kenmerkend onderwerp in het oevre van architect J.A. Kropholler
  • vanwege de gaafheid en de hoge kwaliteit van het interieur
  • vanwege de beeldbepalende ligging in Bornerbroek

Vele zaken zijn de laatste jaren gerealiseerd

  • 1986 - nieuwe leien op de toren
  • 1988 - renovatie dakconstructie plus nieuwe leien
  • 1993 - herstellen glas-in-loodramen
  • 1994 - voegwerk toren en kerk
  • 1996 - renovatie en uitbreiding kerkhof
  • 1997 - herstelwerkzaamheden lood en zinken dakgoten
  • 1999 - realisatie en opening parochiecentrum
  • 2000 - nieuw uur- en luidwerk
  • 2001 - realisatie urnkelders.
  • 2003 - verlichte wijzerplaten uurwerk, jubileumcadeau
  • 2004 - vervanging houtenvloer in kerk.
  • 2004 - realisatie Mariakapelletje.
  • 2004 - vervanging kozijnen van “pastorie”.
  • 2005 - nieuwe lampen in de kerk.
  • 2009 - nieuwe geluidsinstallatie

Een heugelijk feit was het 200 jarig jubileum van onze parochie in 2003.